IAN beschrijft een case in Nijmegen waar zij als incassobureau bij betrokken waren:

Vonnis van de kantonrechter van ………… 2017 in de zaak van:

X, ………., wonende te …….. , gemeente …..,

eisende partij in conventie, verweerder in reconventie, gemachtigde I.A.N incassobureau,

tegen:

Y, ……………., wonende te Nijmegen,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde mr. ……………..

Partijen zullen hierna X en Y genoemd worden.

  1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.          Ten slotte is vonnis bepaald.

  1. De feiten

2.1.               X heeft in opdracht en voor rekening van Y betimmeringswerkzaamheden

verricht in het schip van Y. Aan de overeenkomst ligt een offerte van 14 mei 2015 ten grondslag, waarbij een bedrag van € 14.520,00 inclusief btw is geoffreerd. Naar aanleiding van deze offerte hebben partijen over en weer per e-mail contact met elkaar gehad.

2.2.               Op 9 juni 2015 heeft X de opdracht schriftelijk aan Y bevestigd, waarbij een bedrag van 10.500,00 exclusief btw en € 12.705,00 inclusief btw is overeengekomen. Y heeft de opdrachtbevestiging ondertekend.

2.3.  Volgens de schriftelijke opdrachtbevestiging golden de volgende

betalingscondities:

-      1 e termijn       40% bij opdrachtbevestiging

2e termijn          40% in week 26

- 3' termijn      20% bij oplevering

Deze drie termijnen dienden bijgeschreven te zijn voor de uiteindelijke tewaterlating.

2.4.   Bij factuur van 2 juli 2015 is een bedrag van 4.500,00 in rekening gebracht. Deze

factuur is tot een bedrag van € 500,00 onbetaald gebleven.

Bij factuur van 23 juli 2015 is een bedrag van € 1.500,00 in rekening gebracht en bij factuur van 19 september 2015 een bedrag van C 2.500,00. Deze facturen zijn beide onbetaald gebleven.

2.5.     Het schip is op 1 augustus 2015 te water gelaten.

3.                                                         Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.           X vordert — samengevat — veroordeling van Y tot betaling van € 5.149,11,

vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in reconventie.

X vordert betaling van de restanthoofdsom ad € 4.500,00, € 74,11 aan reeds verschenen rente en € 575,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. X beroept zich ter zake op de overeenkomst van aanneming waarbij is afgesproken dat op liet moment van tewaterlating alle facturen betaald zouden zijn. Vanwege onvoldoende saldo van Y heeft betaling niet plaatsgevonden. Y heeft om een betalingsregeling verzocht en deze is per e-mail van 9 oktober 2015 aan hem bevestigd. Deze regeling is Y niet nagekomen. X betwist te zijn tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst.

3.2.                    Y betwist de vordering en voert het volgende aan. Bij de tewaterlating is

schade ontstaan. Verder heeft X bij de afwerking een ongewone materiaalkeuze gemaakt en is er ondermaats gepresteerd. Er is sprake van de volgende gebreken, aldus Y:

  • Het behang kwam los op meerdere plaatsen;
  • De naden van het behang kwam op meerdere plaatsen los;
  • De kitranden lieten los en ontbraken zelfs;
  • De latjes van het dakraam kwamen los;
  • De deuren sloten in de winter niet meer goed;
  • De kastjes en lades hebben geen sloten, terwijl dit wel gebruikelijk is en zelfs noodzakelijk vanwege de golfslag.

Gelet op de toerekenbare tekortkoming was Y gerechtigd de betaling op te schorten. Bij e-mail van 26 oktober 2015 bericht Y dat er sprake is van enige gebreken en op 8 december 2015 heeft Y telefonisch melding gemaakt van nog andere gebreken.

Op 1 april 2016 heeft de incassogemachtigde van X bevestigd dat X niet bereid is om de gebreken te bekijken, behoudens als Y de vordering geheel zou betalen. Bij brief van 26 oktober 2016 is X gesommeerd om binnen drie dagen te bevestigen dat zij alsnog tot herstel zal overgaan. Dit is niet gebeurd, waarop Y de overeenkomst van aanneming bij schrijven van 28 oktober 2016 partieel heeft ontbonden. Dit heeft tot gevolg dat de aanneemsom is verlaagd met € 7.500,00. Y betwist verder dat er sprake is van meerwerk.

3.3.                  In reconventie vordert Y — samengevat — veroordeling van X tot betaling

van € 7.500,00 alsmede een verklaring voor recht dat X door verrekening niets meer van Y te vorderen heeft, vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in conventie.

3.4.                     X betwist te zijn tekortgeschoten in de uitvoering van de werkzaamheden. Deze

zijn volgens opdracht en op deskundige wijze uitgevoerd. X heeft zich bereid verklaard om eventuele gebreken te herstellen, tegen betaling van de openstaande vordering. Y heeft X echter niet in de gelegenheid gesteld om de boot te inspecteren. X voert verder aan dat de gestelde schade op geen enkele wijze is onderbouwd.

3.5.               Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.                           De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.               Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat bij de tewaterlating van het schip

alle facturen voldaan zouden zijn. Uitdrukkelijk en in vet gedrukte letters staat op de schriftelijke, door beide partijen ondertekende, opdrachtbevestiging vermeld dat alle termijnen dienen te zijn voldaan voor de tewaterlating. Dit is een fatale termijn en overschrijding leidt ertoe dat verzuim intreedt. Vast staat vast dat Y niet bij de tewaterlating aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan vanwege onvoldoende saldo. Dit leidt er vervolgens toe dat verzuim is ingetreden. In beginsel ligt de vordering in conventie, waarvan de hoogte op zich niet wordt betwist, voor toewijzing gereed.

4.2.                                     Y beroept zich echter op tekortkomingen in de nakoming van de

overeenkomst van aanneming van werk op basis waarvan hij in eerste instantie betaling heeft opgeschort en vervolgens is overgegaan tot partiële ontbinding van de overeenkomst. Y voert aan dat X ondeugdelijk en ongewoon materiaal heeft gebruikt en dat de werkzaamheden niet naar behoren zijn uitgevoerd. Ter onderbouwing legt Y een e-mail van 7 oktober 2015 van contantgeldvoorjeboot.n1 over, alsmede een aantal foto's. Doordat verkeerd behang is gebruikt laat dit los. Ook is verkeerde kit gebruikt aangezien deze los laat. Verder is de keuze voor de afdichting van de deuren ondeugdelijk omdat deze in de winter niet meer sluiten en kennelijk niet met temperatuur- en vochtheidswisselingen kunnen omgaan. Y heeft verder aangevoerd dat de kastjes en lades niet zijn voorzien van sloten.

X voert hiertegen aan dat het gebruik van vliesbehang gebruikelijk is en dat Y zelf voor dergelijk behang gekozen heeft. Dat het behang los laat is te wijten aan ondeugdelijke dan wel ontbrekende isolatie en een gebrek aan ventilatie. De vochtproblematiek is ook de reden dat de deuren in de winter niet goed meer sluiten. Ten aanzien van de kit stelt X dat het aanbrengen van een nieuwe kitrand niets voorstelt, evenals het aanbrengen van paar latjes van het dakraam. X stelt dat Y zelf de handvaten met drukkopsluiting heeft uitgezocht.

4.3.                         De kantonrechter is van oordeel dat Y zijn verweer omtrent de gestelde

tekortkomingen in onvoldoende mate heeft onderbouwd. X geeft aan dat een aantal van de problemen is ontstaan door problemen met de isolatie en ventilatie en dit heeft Y onweersproken gelaten. Dit geldt eveneens voor de stelling van X dat alle materialen in overleg en met instemming van Y zijn gekozen, met inbegrip voor de gekozen handvaten van de kastjes en lades. X heeft in zijn conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie uitvoerig het verweer van Y besproken en weerlegd. Het had vervolgens op de weg van Y gelegen zijn stellingen nader te onderbouwen. Dit heeft Y nagelaten. Door Y is in elk geval niet aangetoond dat de problemen zijn veroorzaakt door onjuist materiaalgebruik en dat dit te wijten is aan X. De enkele opmerking hierover in de e-mail van 7 oktober 2015 van contantgeldvoorjeboot.n1 is in elk geval van onvoldoende gewicht om aan te nemen dat sprake is van inferieure of onjuiste materialen.

  4.4.                        De kantonrechter verwerpt derhalve het verweer van Y dat er sprake is van

een toerekenbare tekortkoming. Mocht bovendien al wel komen vast te staan dat X was tekort geschoten, dan zijn de gestelde gebreken dermate gering van omvang dat ontbinding met al haar gevolgen niet gerechtvaardigd zou zijn.

   4.5.                                    Y wijst verder op het verschil in taxaties van de boot. Na aankoop van de boot

bedroeg de taxatiewaarde € 80.000,00, terwijl deze in januari 2016 nog maar C 68.000,00 bedroeg. Ook ten aanzien hiervan heeft Y niet aangetoond dat een en ander te wijten is aan X. Een causaal verband ontbreekt. Zoals hiervoor reeds is overwogen zijn alle werkzaamheden en keuze van materialen in overleg met Y gegaan. Voor zover het verrichte werk van X van invloed is geweest op de taxatiewaarde, dan komt dit voor rekening van risico van Y. Dit verweer treft derhalve evenmin doel.

  4.6.              Bij factuur van 6 augustus 2015 zijn de kosten van de kussens in rekening

gebracht. Y voert aan er van uit te zijn gegaan dat deze kosten binnen de opdracht vielen en dat hij geen opdracht heeft verstrekt voor meerwerk. X stelt dat Y de kleur van de kussens heeft uitgezocht en dat hij zelfs is geïnformeerd over de prijs.

De kantonrechter overweegt dat de factuur van 6 februari 2015 waarbij de kosten van de kussens in rekening zijn gebracht, is betaald en geen deel uitmaakt van deze procedure. Hetgeen partijen hierover stellen, zal de kantonrechter daarom buiten beschouwing laten. Daar komt nog bij dat Y geen juridische consequentie aan dit verweer verbindt.

  4.7.              Uit voorgaande overwegingen volgt dat er geen rechtsgrond aanwezig was voor de

opschorting en vervolgens partiële ontbinding van de overeenkomst.

Dit leidt er vervolgens toe dat de vordering in conventie wordt toegewezen en dat logischerwijs de vordering in reconventie wordt afgewezen.

4.8.                  X maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. X

heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 575,00 wordt toegewezen.

  4.9.                       De gevorderde rente wordt toegewezen zoals verzocht. Hiertegen is door Y

ook niet op aparte gronden verweer gevoerd.

4.10.                       De kantonrechter acht geen termen aanwezig Y toe te laten tot nadere

bewijslevering.

 

4.11.         Y zal tot slot als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de

kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van X worden begroot op:

  • dagvaarding                             C 235,75
  • griffierecht                                 223,00

- salaris gemachtigde in conventie             500,00 (2 x tarief C 250,00)

- salaris gemachtigde in reconventie          250,00 (2 x 0,5 x tarief € 250,00)

totaal                                                                          € 1.208,75

4.12. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.                                                      De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter

in conventie

5. I .                  veroordeelt Y om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan X te betalen een

bedrag van € 5.149,11, vermeerderd met de wettelijke rente over C 4.500,00 vanaf 1 juli 2016 tot aan de voldoening,

in reconventie

5.2.         wijst de vordering af,

in conventie en in reconventie

5.3.               veroordeelt Y in de proceskosten aan de zijde van X gevallen en tot op

heden begroot op € 1.208,75,

5.4.   verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.         wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. ……  en in het openbaar uitgesproken.